• Beschrijving

De windwijzer bestaat meestal uit een metalen plaatje dat vrij beweegbaar is om een verticale as. Aan de ene zijde van de as heeft het plaatje een groter oppervlak, aan de andere zijde doorgaans een spits: het wijzende deel. Het wordt op een hoge plek geplaatst en zal door de winddruk in de wind draaien en zodoende de windrichting aanwijzen. Onder het wijzer is vaak een liggend kruis aangebracht, waaraan kan worden afgelezen wat die richting is: noord, oost, enzovoort. Er zijn ook windwijzers die elektronisch uitgelezen worden.

Ter verfraaiing krijgt het plaatje vaak een vorm, meestal die van een haan; een dergelijke windwijzer wordt wel windhaan genoemd. Maar ook andere afbeeldingen komen als windwijzer voor.

Van oudsher was het gebruikelijk een kruis, bol of haan te plaatsen op een toren, maar ook op een paal en ook op de kruin van een kerstboom en een Meiboom. Deze dienden als afweermiddel.

Met de kerstening werden deze symbolen behouden. Christenen gingen echter een band zoeken in de Bijbel en die vonden ze dan ook ten opzichte van de haan. De haan werd een attribuut van de apostel Petrus en verwijst naar diens verloochening van Jezus en zijn berouw daarover (Markus 14:72). Na dit voorval verkondigde Petrus volgens de overlevering het christelijke geloof tot aan zijn dood. In die betekenis staat het dier ook vaak afgebeeld op biechtstoelen.

Met de kerstening werd het kruis dus een christelijk symbool, alhoewel het in de heidense tijd een afweersymbool was, tezamen met de donderbeitel en de hamer. Voor de glansbal op een kerktoren konden die christenen echter geen verklarende tekst uit de Bijbel vinden. Deze glansbal is echter verwant aan de kerstbal.

De 'windhaan' draait soms niet met de wind mee. Deze haan op torenspitsen laat dus niet altijd zien vanuit welke richting de wind komt. Ook zijn er andere afbeeldingen op kerktorens te vinden. Zo staat bijvoorbeeld op de Martinitoren in de stad Groningen een heus paard, waarvan men zegt dat het zo groot is als een echt paard. Dat spreekt tot de verbeelding, maar er moet bij gezegd worden dat het paard een kleine pony is. De Kloosterkerk in Assen heeft een bazuinblazende engel op de torenspits. Op de spits van de Jacobikerk in Utrecht, is in de jaren 50 een jacobsschelp geplaatst.

Op Lutherse kerken staat doorgaans een zwaan. Volgens de christenen verwijst deze zwaan naar de theoloog Johannes Hus (Hus betekende in zijn landstaal: gans). In Praag werd hij in 1415 wegens vermeende ketterijen op de brandstapel gebracht. Hij zou toen uitgeroepen hebben: "Jullie verbranden een gans, maar er zal een zwaan uit zijn as herrijzen". Deze uitspraak zou een eeuw later (1517) in verband worden gebracht met Maarten Luther en zo werd de zwaan het herkenningsteken van de Lutherse kerk. De zwaan was echter in de heidense tijd een heilig dier en werd voornamelijk met mythische wezens als elfen en goede-vrouwen in verband gebracht. Zwanen spelen een belangrijke rol in de Germaanse mythologie en volkscultuur, daarom werd ook de zwaan door de christenen overgenomen en op kerktorens geplaatst.

Klik hier om naar de windwijzers toe te gaan

!